Eind 2025 diende Nederland bij de Europese Commissie haar rapportage in over Habitatrichtlijn over de periode 2019-2024. Daaruit blijkt dat 28 van de 52 habitattypen in Nederland in slechte staat zouden verkeren of verslechteren. Onderzoeksjournalisten[1] kregen daarnaast inzage in het concept-Natuurplan. Dit plan gaat uit van 450.000 tot 850.000 hectare extra leefgebied ten koste van landbouwgrond, stuurt aan op 40 procent beschermd gebied waar 30 procent is vereist. BBB-Europarlementariër Sander Smit, lid van de commissie milieu, natuur, klimaat en voedselveiligheid, stelt hierover een pakket kritische schriftelijke vragen aan de Europese Commissie.
Nederlandse aanpak wijkt sterk af
“De Nederlandse methodiek blijkt fors strenger dan die van andere lidstaten. Voor de 52 habitattypen hanteert Nederland circa 1.000 typische soorten, terwijl Duitsland er zo’n 300 tot 500 gebruikt. Deze uitbreiding is door de provincies doorgevoerd zonder formele bestuurlijke procedure”, licht Smit toe. “Bovendien waren de onderliggende meetgegevens en de beoordelingsmeetlat bij indiening van de rapportage niet openbaar. Daardoor is de Nederlandse rapportage niet onafhankelijk te verifiëren. Dat is geen technisch detail. De uitkomsten van deze rapportage vormen namelijk de feitelijke basis voor de herstelmaatregelen die Nederland moet nemen onder de Natuurherstelverordening. Een bredere soortenlijst en een strengere meetlat zorgen automatisch voor een somberder beeld van de staat van instandhouding. En dat somberder beeld leidt weer tot verregaande extra herstelverplichtingen die vervolgens als “Europese eis” worden gepresenteerd.”
BBB wil van de Europese Commissie weten of zij bij haar beoordeling van het Nederlandse plan nagaat of het plan verder gaat dan strikt noodzakelijk is om de Europese doelen te halen, of dat zij zich beperkt tot de vraag of het plan “voldoende” is.
“Moet het van Brussel of van Den Haag?”
Sander Smit: “Een strengere meetlat zorgt er automatisch voor dat méér habitats als ‘verslechterend’ uit de rapportage komen. Die rapportage bepaalt vervolgens welke maatregelen Nederland zogenaamd ‘moet’ nemen. Zo wordt nationaal beleid via een technische keuze in ministerie en de provinciehuizen vastgelegd, terwijl het aan boeren en burgers wordt gepresenteerd als onvermijdelijke ‘Europese verplichting’.”
Smit vervolgt: “Het grote probleem is dat niemand deze keuze kan controleren. De meetlat is door de provincies uitgebreid zonder formele procedure, de data zijn niet openbaar en burgers kunnen er niet tegen in beroep. Je kunt niet eerst buiten het parlement om de regels aanscherpen en vervolgens zeggen dat 28 van de 52 habitattypen verslechteren.”
“De Commissie gaat straks alle nationale natuurherstelplannen beoordelen. Wij willen dat zij daarbij duidelijk onderscheid maakt tussen wat werkelijk uit Europees recht voortvloeit en hetgeen een nationale kop is. Anders dreigt de Natuurherstelverordening een instrument te worden waarmee lidstaten via rapportagetrucs hun eigen parlement passeren,” aldus Smit.
In de bijlagen vindt u beide parlementaire vragen.
Toetsingskader Commissie bij beoordeling nationale herstelplannen
Natuurherstelverplichtingen op basis van niet-verifieerbare nationale methodiek
[1] https://stichtingagrifacts.nl/aanstaand-natuurplan-veel-meer-grond-nodig-voor-huisvesten-soorten/